• Pieter de Kruif

Zilveren Speld winnaars trots op hun nominatie

WOUDENBERG Jolanda van Baaren, Lene Nissan en Kees de Wit krijgen maandag 4 januari tijdens de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie in De Camp door burgemeester Titia Cnossen de Zilveren Speld uitgereikt. Hoewel ze alle drie heel verrast en trots waren op de nominatie, benadrukten zij dat het werk gedaan is met behulp van veel meer mensen.

Joke van der Heide

De gemeente Woudenberg nomineert al weer voor het derde jaar dorpsgenoten voor de Zilveren Speld. Het gaat om vrijwilligers, mantelzorgers of mensen die iets bijzonders hebben gedaan voor de Woudenbergse samenleving. Door het uitreiken van de Zilveren Speld worden deze Woudenbergers extra in het zonnetje gezet. De gemeente komt onder andere tot haar keuze door via de lokale pers te volgen wat er allemaal gebeurt in het dorp. Dit jaar zijn zowel Jolanda van Baaren als Lene Nissan genomineerd voor hun fantastische inzet tijdens de vluchtelingenopvang in De Camp begin november. Daarnaast is Lene Nissan genomineerd voor zijn jarenlange inzet voor de Irakese gemeenschap in Woudenberg en zijn inzet als bestuurslid voor de Oranjevereniging. Kees de Wit zet zich als vrijwilliger van de knotgroep maar liefst zevenendertig jaar in voor het platteland van Woudenberg.

Jolanda van Baaren verbaasde zich enorm dat haar inzet reden was voor de nominatie. ,,Het is mijn werk", verontschuldigde zij zich bijna. Als beheerder van De Camp was Jolanda verantwoordelijk voor de catering van de vluchtelingen. ,,Als je dat gevraagd wordt, dan doe je dat. Het hoort erbij. Ik heb het met liefde gedaan." En dat is dan ook precies de reden voor de nominatie. Jolanda en haar team hebben zes dagen lang van 's morgens vroeg tot 's avonds laat gastvrij klaargestaan om de 138 vluchtelingen op te vangen.

Toen gemeentesecretaris Simone van de Marck en burgemeester Cnossen haar benaderden, was zij direct bereid om mee te werken. ,,Ik heb jarenlang de catering voor De Heygraeff verzorgd en draai mijn handen dan ook niet om voor koken voor een grote groep. Belangrijker vond ik dat mijn bedrijf doordraaide. Opvang van een paar maanden kan je het dorp niet aan doen, maar een week opofferen en niet sporten, is toch wel het minste dat we konden doen." Het ging heel goed. De achterste sporthal werd voor de vluchtelingen ingericht.

Voor het menu is Jolanda gaan rondbellen met andere gemeenten. Zij wilde dat het geschikt was voor de vele nationaliteiten van de vluchtelingen. ,,Het eten is een belangrijke basis voor mensen, die zoveel ellende hebben meegemaakt. Op het menu stond vooral kip, dat mag iedereen eten", vertelt Jolanda. De eerste groep vluchtelingen kwamen met honger aan. Zij hadden de hele dag niets gegeten. 's Avonds laat werd Jolanda gebeld, toen de volgende groep aankwam. ,,Ze hebben honger werd er gezegd. Ik had net gedoucht en ben gauw teruggegaan." Jolanda en haar team hebben vooral goed opgelet, waar ze de vluchtelingen blij mee maakten en pasten het menu daar de volgende dag op aan. ,,Bij de meeste locaties wordt gewerkt met een cateringbedrijf, dan kan je niet inspringen op ieders wensen", legt Jolanda uit. Een goed voorbeeld hiervan was het ontbijt. Tot tevredenheid van de vluchtelingen bestond dit uit een buffet met vlees, kaas, worst, zoetigheid en gewone en Turkse broden, zodat de mensen zelf keuze hadden. Onze gewoonten als bruin brood eten en boterhammen stapelen vonden ze heel vreemd. Op één avond werd er door een Iraanse vrouw rundvlees met limoen en kruiden gekookt. ,,Dat werd zo gewaardeerd. Dat hadden we ze nog wel meer willen geven."

De opvang is bijzonder rustig verlopen. De groep liet weten dat ze voor het eerst als mens werden behandeld. Dat is volgens Jolanda een compliment aan iedereen, die zich heeft ingezet van de gemeente, beveiliging tot de EHBO-medewerkers, van de tolken, vrijwilligers tot het personeel van het Sportcafé. Voor Jolanda zal het als gast van De Camp op 4 januari een bijzondere avond worden, aangezien zij normaal zelf de gastvrouw is.

Lene Nissan, aanspreekpunt voor de gemeente van de Irakese gemeenschap in Woudenberg, vond het extra bijzonder dat hij genomineerd is. ,,Het is voor mij een bewijs dat ik geïntegreerd ben. Ik voel mij zo een echte Woudenberger. Dat had ik ook toen ik zag dat mijn trouwfoto was opgenomen in het eeuwboek als bijzondere gebeurtenis in Woudenberg. Daardoor ben ik onderdeel van de geschiedenis van Woudenberg."

Lene is 24 jaar geleden gevlucht uit Irak en in Woudenberg gastvrij ontvangen. Hier heeft hij zijn vrouw leren kennen en hun kinderen zijn hier geboren. ,,Toen de burgemeester belde of ik Arabische tolken wilde regelen, was ik blij dat ik iets terug kon doen. De komst van de vluchtelingen riep bij ons allen veel herinneringen op. De Irakese gemeenschap bestaat in Woudenberg uit zo'n honderddertig mensen. Binnen een uur had ik negen tolken."

Lene vertelt dat hij de vluchtelingen begrijpt. Hij zag hun onzekerheid over een vreemd land, een vreemde taal, de vraag wat hun te wachten stond en de angst om afgewezen te worden. ,,Je gedachten blijven maar draaien. Als tolk kon ik niet zoveel doen, omdat er maar weinig Irakese en Syrische vluchtelingen waren. Maar ik kon wel mijn ervaringen met hen delen en hun zo enigszins gerust stellen."

Toen Lene in 1991 naar Nederland kwam was hij in Irak afgestudeerd op de Landbouw Universiteit. Via het UAF, Stichting voor Vluchteling-Studenten, kreeg hij hulp om zo snel mogelijk de taal te leren en aan de slag te kunnen. ,,Dit geldt ook voor één van de vluchtelingen. Het is een Irakese vrouw, die twee jaar geleden is afgestudeerd als tandarts. Zij was heel onzeker over wat voor toekomst zij in Nederland tegemoet gaat. Ik heb haar verzekerd dat ik haar ga helpen en dat zij echt gaat bereiken wat zij wil. Al tijdens de asielaanvraag kan zij starten met het leren van de Nederlandse taal." Lene zag ook dat de eerste Nederlandse woordjes door de vluchtelingen snel werden opgepakt, vooral door de kinderen. Tegen een klein jongetje zei hij dat hij binnen een paar maanden de tolk voor zijn ouders zal zijn.

Lene is er van overtuigd dat als je je best doet, je bereikt wat je wilt en je dan honderd procent thuis voelt en functioneert in de samenleving als ieder ander. Dit vertelt hij wanneer hij lezingen houdt op middelbare scholen. Voor Lene wordt 4 januari een extra bijzondere dag. Hij hoort dan of hij ook bij zijn werkgever, het RIVM, genomineerd is voor de medewerkersprijs. ,,Dat betekent dat ik goed gefunctioneerd heb en dat mijn collega's dat ook vinden. Dit hoor ik overdag en 's avonds kom ik met veel mensen van de Irakese gemeenschap op deze nieuwjaarsreceptie. Iedereen is trots", aldus Lene.

Coördinator Kees de Wit omschrijft de knotgroep als een groepje mensen, die het weiland in gaan. De groep is opgericht in 1976 en bestaat volgend jaar veertig jaar. Het doel van de knotgroep is behoud van de natuur. Zij helpen mee aan het in stand houden van het kleinschalig cultuurlandschap rondom Woudenberg en richten zich voornamelijk op rijen knotelzen, knotwilgen en soms houtwallen langs weilanden en akkers. Volgens een voorzichtige schatting zijn er in die veertig jaar zevenduizend bomen geknot en is er ongeveer vijfentwintigduizend uur gewerkt door de groep.

Kees was verguld toen burgemeester Cnossen hem belde met het goede nieuws. ,,Wij doen het, omdat het ons heel veel plezier geeft, maar een stukje waardering voor ons werk is toch mooi. En dat geldt niet alleen voor mij, maar ook voor alle anderen die hierbij betrokken zijn", aldus Kees. ,,De knotgroep heeft veel trouwe knotters. Eén van de oprichters, Bob Broeder, is er nog altijd bij betrokken. Verder zijn er zes mensen langer dan dertig jaar en vijf langer dan vijfentwintig jaar actief." Kees de Wit neemt namens de knotgroep de Zilveren Speld in ontvangst tijdens de nieuwjaarsreceptie.

De groep bestaat uit drieëndertig mannen en vrouwen, variërend van dertig tot tachtig jaar. Als gasten zijn er regelmatig kinderen, die een handje mee helpen. Kees en zijn vrouw Ineke zijn zelf geboren en getogen in Amsterdam en verhuisden bewust naar een groenere omgeving. Zij genieten enorm van het werk voor de knotgroep. Kees: ,,Het is heel ontspannend, de onderlinge sfeer is goed en het is gezond om in de buitenlucht bezig te zijn."

De knotgroep werkt van november tot en met half maart op zaterdagmorgen. Zij zijn autonoom en kiezen zelf uit waar zij aan de slag gaan. ,,De boer moet natuurlijk wel meewerken. Onze ervaring is dat wij eigenlijk altijd welkom zijn."

De knotgroep krijgt geen subsidie van de gemeente, maar de samenwerking is uitstekend volgens Kees. Zo is er overleg met de landschapcoördinator van de gemeente, Kees van Lambalgen, over onder andere nieuwe locaties en regelt de gemeente een ongevallenverzekering voor alle vrijwilligers. De boeren betalen een beperkt bedrag ter dekking voor de aanschaf van goede en veilige materialen en kleding.