• Archief BDUmedia

Werkstraf en rijontzegging geëist voor veroorzaken dodelijk ongeval

WOUDENBERG Tegen een 37-jarige man uit Woudenberg is donderdag 240 uur werkstraf en drie maanden voorwaardelijke rijontzegging geëist voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeluk in Renswoude bijna vijf jaar geleden. Bij het ongeluk op 14 september 2013 kwam de 24-jarige Joey Stap uit Ede om het leven.

De Edenaar zat met de Woudenberger en een man uit Leusden in een auto die 's nachts op de Arnhemseweg tegen een boom reed. Stap zat op de achterbank, maar onduidelijk was wie van de twee andere inzittenden de wagen bestuurde. De Leusdenaar, de eigenaar van de auto, wees direct de Woudenberg als de bestuurder aan, maar deze kan zich niks meer van het ongeval herinneren. Beide mannen hadden te veel gedronken om te mogen rijden.

Het openbaar ministerie vervolgde in eerste instantie de Leusdenaar als de bestuurder omdat een onderzoeker van het NFI aan de hand van vezelonderzoek stellig concludeerde dat de man achter het stuur had gezeten. Die conclusie moest de onderzoeker later echter weer intrekken. De Leusdenaar werd in 2016 vrijgesproken.

Extra forensisch onderzoek in Groot-Brittannië en aanvullende getuigenverklaringen hebben de officier van justitie inmiddels overtuigd dat de Woudenberger de auto ten tijde van het ongeval heeft bestuurd. Het Britse onderzoek concludeert op basis van een aangetroffen kunststofspoor van de versnellingspook op zijn rechter broekspijp dat de Woudenberger achter het stuur moet hebben gezeten. Door de klap zouden de inzittenden naar rechts zijn geslingerd en moet de broek in aanraking zijn gekomen met de pook.

Daarnaast verklaarde een getuige in een nieuw verhoor dat de Leusdenaar na het ongeval aan de passagierszijde buiten de auto stond en dat de verdachte aan de bestuurderskant half uit de auto hing. Dat sloot volgens de aanklaagster aan bij ander bewijs, zoals de camerabeelden bij een tankstation, gefilmd kort voor het ongeluk. Daarop was te zien dat de Leusdenaar bij het wegrijden op de bijrijdersstoel zat en dat de Woudenberger dus achter het stuur moet hebben gezeten.    

Zijn advocaat vond echter dat de Woudenberger moest worden vrijgesproken omdat nog steeds niet duidelijk is wie achter het stuur had gezeten. Volgens hem kon het kunststofspoor ook afkomstig zijn van een andere auto-onderdeel. Ook zouden de getuigenverklaringen niet bruikbaar zijn als bewijs omdat ze tegenstrijdig waren en mogelijk beïnvloed. De raadsman benadrukte dat Leusdenaar een groot eigen belang had om de Woudenberger de schuld te geven. Hij sloot niet uit dat de mannen nog van plek waren gewisseld, in de periode tussen het wegrijden bij het tankstation en het ongeval.

Volgens de advocaat is het niet alleen voor de nabestaanden, maar ook voor de Woudenberg zwaar dat de toedracht van het ongeval onbekend is. ,,Vrijspraak is voor hem niets meer dan een bevestiging dat nooit duidelijk zal worden wat er die nacht is gebeurd", aldus de raadsman. ,,Het ongeval houdt hem elke dag bezig. Hij blijft malen wat er die nacht is gebeurd."

De rechtbank doet donderdag 20 september uitspraak.