Rechter: geen 700 varkens aan Slappedel

WOUDENBERG De door de gemeente verstrekte omgevingsvergunning voor het, in afwijking van het bestemmingsplan, oprichten en in gebruik nemen van een stal voor het op biologische wijze houden van 700 varkens aan de Slappedel 8A is door de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland ongeldig verklaard.

Joke van der Heide

In de uitspraak van 2 september geeft de rechtbank aan dat de gemeente, gezien de reactieve aanwijzing van de Provincie Utrecht, geen omgevingsvergunning had mogen verstrekken. De belangrijkste vraag in de zaak was of de Provincie Utrecht in alle redelijkheid het standpunt heeft kunnen stellen dat het omzetten van de bestaande melkveehouderij naar een combinatie van een melkveehouderij en een biologische varkenshouderij in strijd is met de provinciale belangen.

BEMOEIENIS NODIG Volgens de provincie is het verstrekken van een omgevingsvergunning in strijd met de juridisch bindende Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), waarin de regels zich in het algemeen verzetten tegen nieuwvestiging van niet-grondgebonden agrarische bedrijven. Op de zitting heeft de provincie aanvullend toegelicht dat het provinciale belang ligt in een gezonde en vitale landbouw, maar ook in de kwaliteit van het milieu en een gezonde leefomgeving. Deze belangen kunnen onderling wringen, waardoor bemoeienis van de provincie in de landbouw nodig is om de negatieve aspecten in balans te brengen met de leefomgeving.

De rechtbank oordeelt dat de provinciale belangen het geven van een reactieve aanwijzing met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Dat de gemeente een eigen ruimtelijk beleid voert maakt het niet anders. De rechtbank moet in deze procedure toetsen aan het geldende provinciale beleid. Ook het feit dat in het verleden aan de familie Van der Wind een vergunning is verleend op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 of dat de ontwikkeling op basis van het voormalige Reconstructieplan wel mogelijk zou zijn geweest leidt niet tot een ander oordeel.

Dat het gaat over het biologisch houden van varkens vindt de rechtbank niet relevant, omdat het provinciaal beleid geen onderscheid maakt tussen reguliere en biologische veehouderijen.

p 3

De rechtbank vindt dat de provincie terecht stelt dat de beoogde bedrijfsvoering voldoet aan de definitie van niet-grondgebonden veehouderij en er dus sprake is van een gemengd bedrijf. Dat de melkveetak wel grondgebonden is, de hoofdtak vormt en er sprake is van een relatief kleine omschakeling is voor de rechtbank niet relevant. Doordat het besluit van de provincie in eerste instantie onvoldoende blijk heeft gegeven van belangenafweging wordt de provincie veroordeeld voor het betalen van de proceskosten van 1.024 euro van eiser 1, de familie Van der Wind.

De gemeente en de familie Van der Wind kunnen binnen zes weken in beroep gaan bij de Raad van State. Of de gemeente dit gaat doen, hangt af van de uitspraak. Zij gaven aan dat zij deze op 5 september nog niet binnen hebben. De omwonenden en twee bedrijven die een bezwaarschrift hebben ingediend, zijn blij met de uitspraak.