'Liever knotten dan naar de sportschool'

WOUDENBERG  De Knotgroep Woudenberg bestaat deze maand veertig jaar. Hoewel het handbijltje vervangen is door grote kniptangen en ARBO-maatregelen niet meer weg te denken zijn, is het doel van de knotgroep nog steeds het behoud van het karakteristieke landschap rondom Woudenberg met knotelzen, knotwilgen en soms houtwallen als natuurlijke afscheiding langs weilanden en akkers.

 

Joke van der Heide

Eén van de oprichters, Bob Broeder, en coördinator Kees de Wit halen herinneringen op aan die veertig jaar. Broeder vertelt dat de knotgroep in Woudenberg is begonnen doordat de knotbomen net als elders in de provincie rond 1970 dreigden kapot te gaan en te verdwijnen uit het landschap. Door de komst van het aardgas knotten boeren toen al vijftien a twintig jaar niet meer. Ze hadden het hout niet meer nodig.

 

VERARMING ,,Dat gaf problemen", legt De Wit uit. ,,Als je een boom knot, moet je daar wel mee door gaan. Anders worden de takken te zwaar en dan scheurt de boom open en valt om. Doordat boeren het veel te druk hadden voor dit arbeidsintensieve onderhoud werden de bomen er regelmatig uitgetrokken." Broeder voegt toe: ,,Dat was een verarming voor de natuur. De bomen zijn noodzakelijk als nestplaats voor vogels en andere dieren en die kale vlaktes zagen er ook niet aantrekkelijk uit."

 

De oplossing kwam doordat op initiatief van de milieubeweging en de voorloper van Landschap Erfgoed Utrecht, er overal in de provincie knotgroepen werden opgericht ,,Toen we startten was er bij de boeren wantrouwen richting de vrijwilligers. Mensen die voor hun plezier in het weiland van een ander bomen willen onderhouden, daar stak vast iets achter. Gelukkig werden we ondersteund door een paar wethouders, die zelf ook boer waren", vertelt Broeder.

KOFFIEJUFFROUW Over dat plezier hoefden de boeren niet in te zitten. Lachend vertellen de knotters dat zij liever in het weiland lopen dan naar de sportschool gaan. Het maakt na een morgen zagen, slepen en branden je hoofd leeg, is nuttig, levert haardhout op en is heel gezellig. Om aan te geven hoe gezellig vertelt De Wit dat de groep er inmiddels een koffiejuffrouw bij heeft, omdat knotter Ida Kuipers door reuma niet langer kon helpen, maar er wel graag bij is. Van november tot half maart werkt de knotploeg om de week op zaterdagmorgen.

 

STIMULANS De groep had en heeft nog steeds zo'n tweeëndertig leden in de leeftijd van dertig tot tachtig jaar. De motivatie is hetzelfde gebleven, de werkwijze is aangepast, deels door voortschrijdend inzicht en deels door 'gedwongen' veiligheidseisen. Zo werd de eerste jaren het motorzagen door een loonbedrijf gedaan en was een stookvergunning niet nodig. Takken werden verbrand in een vuurtje gemaakt van een autoband overgoten met afgewerkte olie. Nu beschikt de knotgroep over eigen motorzagen, beschermende kleding en zijn de zagers goed opgeleid.

DUNNER HOUT De groep maakt zelf de planning en kiest er bewust voor om eerder langs te gaan als het hout nog dunner is. Voor de wilgen na vier jaar en voor elzen na zeven jaar. Het Woudenbergse grondgebied is te groot om in zijn geheel bij te houden.

,,Wij merken echter dat ons bezoek boeren stimuleert om zelf ook weer te gaan knotten", vertelt De Wit.