• Griftdijk met drie bedrijven, waaronder Morren

    Joke van der Heide

Verlies verkoop werf dreigt

WOUDENBERG   Indien de raad op donderdag 7 juli toestemt met Bestemmingsplanherziening van Griftdijk, de Meent en Slappedel, dan zal de voormalige provinciale werf worden aangekocht door Vallei Heuvelrug Vastgoed bv (VHV). Met deze verkoop verliest de gemeente 310.882 euro ten opzichte van de boekwaarde van de werf en is de vraag of het plan aansluit bij de gestelde voorwaarden in de Structuurvisie.

Door Joke van der Heide

Naast VHV heeft maart 2014 bouwbedrijf Morren een eerste plan ingediend voor de herontwikkeling van de Griftdijk. Het college koos in juli 2014 direct voor VHV. ,,Zowel ruimtelijke als financiële overwegingen in het aanbod en de uitwerking van VHV hadden onze voorkeur ten opzichte van bouwbedrijf Morren", vertelt wethouder Gijs de Kruif deze week aan onze redactie. Op de vraag waarom het college voor het voorstel met een verlies op de boekwaarde van 310.882 euro heeft gekozen, terwijl er ook een ander bod lag van bouwbedrijf Morren dat ook nog één op één aansloot bij de Structuurvisie, reageert de wethouder dat het naar alle partijen toe niet zorgvuldig is om daar verder informatie over openbaar te maken.

Uit stukken van de gemeente van 30 juni 2015 blijkt dat bouwbedrijf Morren in zijn aanbod nog geen concreet bedrag heeft genoemd, maar wel heeft aangegeven dat de boekwaarde van de werf die als basis en verkooptaxatie bij de gesprekken werd genoemd, niet afschrikte. Deze partij wilde een deel van het perceel direct afnemen en de rest op het moment van herontwikkeling binnen 5 tot 9 jaar. Of zo mogelijk eerder, geeft directeur Gert Morren aan. De vraag is of deze oplossing op termijn niet meer geld in het laadje zou hebben gebracht. Het zou in ieder geval door de verhuizing van het bouwbedrijf hebben geleid tot verkoop van gronden aan de Spoorzone.

Het proces rond de herontwikkeling van de Griftdijk roept vragen op. In de besluitenlijst van de gemeente van 10 maart 2014 over de verkoop van de werf staat nog nadrukkelijk vermeld dat herontwikkeling van de werf ten behoeve van woningbouw alleen mogelijk is indien de naastgelegen  bedrijven - LAWO en Morren - 'meedoen.' 

Met de keuze voor VHV vier maanden later heeft de gemeente deze voor veel belanghebbenden belangrijke voorwaarde uit de Structuurvisie losgelaten. In het Ontwerp Bestemmingsplan ontbreekt de motivering waarom dit is gebeurd. Wethouder Gijs de Kruif vertelde de redactie: ,,Bij de uitwerking van de Structuurvisie in het bestemmingsplan en het proces hieraan voorafgaand, is gebleken dat het op dit moment niet mogelijk is ook voor het bouwbedrijf aan de Griftdijk 3 in een rechtstreekse woonbestemming te voorzien. Gebleken is echter dat beëindiging van de bedrijfsactiviteiten niet noodzakelijk is om de overige percelen wel te ontwikkelen. Door middel van opname van een wijzigingsbevoegdheid geven wij, zover als mogelijk invulling aan de Structuurvisie. Het is aan de ondernemer of hij hier gebruik van wil maken."

 Ondanks de wijzigingen is de wethouder niet van mening dat de gemeente inspraak naast zich neerlegt: ,,De inwoners hebben alle kans gehad om zienswijzen op het Ontwerp Bestemmingsplan in te dienen", aldus de wethouder. Inspraak voor belanghebbenden op de visie van de Kernrandzone, waarin de plannen voor dit gebied afwijken van de Structuurvisie, was niet mogelijk.

Uit de reactie van de Provincie blijkt dat deze voor beide visies een rol ziet bij beoordeling van het Ontwerp Bestemmingsplan. Zij eist niet alleen dat de Kernrandzonevisie eerst moet worden vastgesteld, maar ook dat in het Ontwerp Bestemmingsplan wordt verwoord wat de uitwerking van deze visie is op de Structuurvisie. Wethouder: ,,Dit komt, omdat de Provincie alleen kan meewerken aan de woning aan de Meent buiten de rode contour, indien dit is opgenomen in de Kernrandzonevisie."